Een vast fundament

Les 44

Jezus werd opgewekt uit de dood, verscheen aan zijn discipelen, ging terug naar de hemel en beloofde weer terug te komen

De bijbehorende Bijbelgedeelten staan onderaan deze les afgedrukt.

Dit is de laatste les van deze serie. Toen we begonnen de Bijbel te bestuderen, spraken we erover dat de Bijbel betrouwbare geschiedenis is. Elke keer is Jezus Christus de hoofdpersoon. We zijn niet de geschiedenis van één of andere religieuze leider aan het bestuderen: we bestuderen het echte 'verhaal' van God de Zoon, de almachtige God die naar de aarde kwam om onze Redder te zijn.

De vorige les hebben we gezien dat het Oude Testament steeds vooruit wijst naar de Heere Jezus. De les daarvoor eindigden we met het sterven van de Heere Jezus. Daar gaan we nu verder.

A. De vrouwen kwamen naar het graf

Jezus was gestorven en drie dagen en drie nachten in het graf begraven. Aan het eind van deze tijd, ’s morgens op de eerste dag van de week, gingen enkele van de vrouwen die in de Heere Jezus geloofd hadden en erbij waren geweest toen Jezus begraven werd, terug naar het graf.

Het was een Joodse gewoonte om specerijen op het lichaam van de overledene aan te brengen voordat hij begraven werd. Maar de Heere Jezus werd haastig begraven, want de Joden waren middenin de Pascha-viering. Daarom hadden ze geen tijd gehad om de specerijen op Zijn lichaam te doen.

Lukas 23
54 En het was de dag van de voorbereiding en de sabbat brak aan.
55 En ook de vrouwen die met Hem uit Galilea gekomen waren, volgden en zagen het graf en hoe Zijn lichaam erin gelegd werd.
56 En toen zij teruggekeerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed. En op de sabbat rustten ze overeenkomstig het gebod.
Lukas 24:1 En op de eerste dag van de week gingen zij, heel vroeg in de morgen, naar het graf en brachten de specerijen mee die zij gereedgemaakt hadden, en sommigen gingen met hen mee.

Ze moesten wachten tot de eerste dag van de week om Zijn lichaam met specerijen te zalven. Deze vrouwen kwamen ’s morgens heel vroeg om het lichaam van Jezus te zalven. Zij verwachtten dat Zijn lichaam nog steeds in het graf was. Maar wat moeten ze geschrokken zijn! De vrouwen wisten niet dat God Zijn engel gestuurd had om de zware steen voor het graf weg te rollen.

Lukas 24
2 Zij nu vonden de steen afgewenteld van het graf.
3 En toen ze naar binnen gegaan waren, vonden zij het lichaam van de Heere Jezus niet.
4 En het gebeurde toen ze daarover in twijfel waren, zie, twee mannen stonden bij hen in blinkende gewaden.

B. De boodschap van de engelen

Het lichaam van Jezus was niet in het graf! En zij werden door twee engelen begroet! Luister naar wat de engelen hen zeiden.

Lukas 24
5 En toen zij zeer bevreesd werden en het gezicht naar de grond bogen, zeiden die tegen hen: Waarom zoekt u de Levende bij de doden?
6 Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. Herinner u hoe Hij tot u gesproken heeft, toen Hij nog in Galilea was:
7 De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in handen van zondige mensen en gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.

De Heere Jezus was opgestaan van de dood, precies zoals Hij het gezegd had. Jezus is God. Hij kwam naar de aarde en werd mens om ons van Satan, zonde en de dood te bevrijden. Jezus wist voordat Hij vanuit de hemel naar de aarde kwam (als baby) dat Hij Zijn leven voor onze verlossing moest geven. Hij wist ook dat Hij op zou staan en nooit meer hoefde te sterven.

In Psalm 16:10 staat over Jezus: Want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten, U laat niet toe dat Uw Heilige ontbinding ziet.

De opstandingsgeschiedenis van Jezus gaat verder.

Lucas 24
8 En zij herinnerden zich Zijn woorden.
9 En toen zij teruggekeerd waren van het graf, berichtten ze dit alles aan de elf discipelen en aan alle anderen.
10 En het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus, en de anderen die bij hen waren, die dit tegen de apostelen zeiden.
11 En hun woorden leken hun kletspraat en zij geloofden hen niet.
12 Maar Petrus stond op en snelde naar het graf en toen hij zich vooroverboog, zag hij alleen de linnen doeken liggen. En hij ging weg en verwonderde zich over wat er gebeurd was.

Alle volgelingen van de Heere Jezus hadden eigenlijk op Hem hebben moeten wachten. Ze hadden moeten verwachten dat Jezus van de dood zou opstaan, omdat Hij hen dit vaak genoeg gezegd had. Er zijn twee mogelijkheden:

  • óf zij begrepen of herinnerden zich niet wat Hij gezegd had,
  • óf zij geloofden gewoon niet dat het mogelijk was dat Hij uit de dood op zou staan.

Maar hoe onmogelijk het ook lijkt, God doet altijd wat Hij belooft.

C. De Heere Jezus is de Zoon van God

Wij weten zeker dat Jezus de Zoon van God is en de beloofde Verlosser. We weten dit omdat God Jezus van de dood opwekte.

Romeinen 1:4 Wat de Geest van heiliging betreft, is met kracht bewezen dat Hij de Zoon van God is, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere.

De Joodse leiders kruisigden de Heere Jezus omdat Hij zei dat Hij de Zoon van God en de Verlosser was. God de Vader wekte Jezus van de dood op, zodat iedereen zou weten dat Jezus de Zoon van God en de beloofde Verlosser was.

D. God is tevreden met de betaling die Jezus deed

We weten ook dat God volkomen tevreden was met de betaling die Jezus voor onze zonden deed. Herinner je je nog dat vlak voordat Jezus stierf Hij uitriep: “Het is volbracht”. Johannes 19:30. God scheurde het gordijn in de tempel toen van boven naar beneden. Marcus 15:38. God deed dit om te laten zien dat de weg terug naar Hem nu open was, omdat Jezus helemaal voor de zonden betaald had met Zijn bloed.

Er is nog iets waardoor we zeker kunnen weten dat de Heere God als Rechter de betaling die de Heere Jezus met Zijn bloed voor onze zonden deed voldoende vond: Hij wekte Jezus weer op van de dood. De Heere God zou dat niet gedaan hebben, als Hij niet helemaal tevreden was geweest met de betaling die Jezus had gedaan!

Hoe kan je bevrijd worden van Satan, zonde en eeuwige scheiding van God?

  • Je moet je vertrouwen op Jezus Christus stellen,
  • geloven dat Hij Zijn bloed als volledige betaling voor je zonden gaf, en
  • weer opstond uit de dood om je eeuwig leven te geven.

E. Jezus verscheen aan enigen van Zijn volgelingen

In Lucas 24:13-24 staat de geschiedenis van de Emmausgangers. Ook al was de Heere Jezus bij hen, zij herkenden Hem niet. De Bijbel vertelt ons niet waarom zij Hem niet herkenden. De Heere Jezus liet de Emmaüsgangers aan de hand van het Oude Testament zien, dat alle profetiën over Hem gingen. Datzelfde hebben wij in deze en andere lessen ook gedaan.

Lucas 24
25 En Hij zei tegen hen: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!
26 Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?
27 En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was.

Maar zelfs daarna hadden die twee mannen niet in de gaten dat het de Heere Jezus Zelf was die met hen in gesprek was. Waarschijnlijk hadden deze twee volgelingen van Jezus hun Meester vaak genoeg gezien. Maar deze keer herkenden ze Hem pas, toen hij het brood brak. Lucas 24:28-32.

F. De laatste woorden van Jezus aan Zijn discipelen

Deze twee volgelingen gingen snel terug naar Jeruzalem, naar de andere discipelen. Daar verscheen Jezus weer.

Lucas 24
36 En toen zij over deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u.
37 En zij werden angstig en zeer bevreesd en dachten dat ze een geest zagen.
38 En Hij zei tegen hen: Waarom bent u in verwarring en waarom komen zulke overwegingen op in uw hart?
39 Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb.
40 En terwijl Hij dit zei, liet Hij hun de handen en de voeten zien.
41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zei Hij tegen hen: Hebt u hier iets te eten?
42 En zij gaven Hem een stuk van een gebakken vis en van een honingraat.
43 En Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.
44 En Hij zei tegen hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen.
45 Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen.
46 En Hij zei tegen hen: Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag.
47 En in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en vergeving van zonden gepredikt worden, te beginnen bij Jeruzalem.
48 En u bent van deze dingen getuigen.

Het preken van bekering en vergeving van zonden uit vers 47 was de opdracht van de Heere Jezus. Hij gaf deze opdracht aan de eerste discipelen, maar ook aan allen die Hem geloven en Zijn offer voor hen hebben aangenomen. Kunnen en mogen alle gelovigen preken dan? Het blijde nieuws mag en moet aan iedereen verteld worden. Er is niemand die naar een universiteit hoeft om te studeren hoe hij zijn buurman, collega of klasgenoot kan vertellen over de redding de straf op de zonde. Als je de belangrijkste gebeurtenissen uit Gods Woord begrijpt over de bevrijding van Satan, zonde en dood, kan je het nieuws doorvertellen. De Heere Jezus stierf voor alle mensen, daarom wil God dat iedereen het zal horen en weten. God wil niet dat mensen naar de eeuwige straf gaan.

Johannes 3:16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
2 Petrus 3:9 De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.

G. We moeten Gods Woord geloven

Het is belangrijk dat je de boodschap die God in Zijn Woord geschreven heeft, gelooft. Ook al hebben we de Heere Jezus niet met onze ogen gezien, we hebben de boodschap van de Bijbel. God zegt dat we dit Goede Nieuws moeten geloven. Door te geloven kunnen ook wij weten dat onze zonden door God vergeven zijn en dat God ons zal aanvaarden. Nadat Jezus Zijn discipelen de opdracht had gegeven dit Goede Nieuws naar iedere persoon te brengen, verliet Hij hen en keerde terug naar Zijn Vader in de hemel.

Handelingen 1:9: En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
In het eerste deel van Psalm 68:19 staat: U bent opgevaren naar omhoog..

Jezus zal ook weer terugkomen vanuit de hemel.

Lees maar in Handelingen 1
10 En toen zij, terwijl Hij van hen wegging, hun ogen naar de hemel gericht hielden, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding,
11 die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.

Dit waren twee van Gods engelen.

De Heere Jezus zal terugkomen naar de aarde. Maar als hij dan komt, zal het niet zijn om zondaars te bevrijden van Satan, zonde en dood. Dàt werk heeft Hij als gedaan. God geeft de opdracht aan iedereen om zich te bekeren en toe te geven dat ze zondaars zijn en straf verdienen. Ook moeten toegeven dat ze zichzelf niet kunnen verlossen, dat ze hulp nodig hebben. Ze moeten geloven dat de Heere Jezus alleen en helemaal voor hun zonden betaald heeft.

De volgende keer als Jezus komt, komt Hij als de grote almachtige Rechter. Dit vertelde Hij de Joodse leiders voordat zij Hem kruisigden.

Lees maar in Marcus 14
61 Maar Hij zweeg en antwoordde niets. Opnieuw stelde de hogepriester Hem een vraag, en zei tegen Hem: Bent U de Christus, de Zoon van de Gezegende?
62 En Jezus zei: Ik ben het. En u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God en zien komen met de wolken van de hemel.
Zie ook Handelingen 17
30 God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren,
31 en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan.

Als de Heere Jezus terugkomt als de almachtige Rechter, zullen allen die zich niet bekeerd hebben en niet in Jezus en Zijn offer voor ons geloofd hebben, met Satan en zijn engelen in het eeuwige vuur gegooid worden.

Dit staat in Openbaringen 20:15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

Gods boodschap aan ons is erg duidelijk. Alle discipelen van Jezus geloofden in Hem, alleen Judas niet. Zij wisten dat Hij degene was van wie God beloofd had dat Hij Hem zou sturen. Zij zagen Zijn wonderen. Zij zagen Hem sterven. Zij zagen Hem nadat Hij opgestaan was. Zij zagen Hem naar de hemel gaan.

De discipelen gingen erop uit en vertelden anderen over Jezus en velen geloofden hun boodschap. Maar anderen geloofden hen niet. Sommige van de discipelen werden gemarteld; sommigen werden gekruisigd. Zouden deze mannen hun levens voor een leugen gegeven hebben? Nee! Ze stierven omdat zij wisten dat het waar was. Wij kunnen Gods Woord geloven omdat het waar is.

Johannes 3:16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Samen zijn we in 44 lessen op weg gegaan door de hele Bijbel heen. We hebben gezien en geleerd hoe God contact wil met jou en mij. God gaf ons Zijn Woord, daarin staat alles wat we moeten weten om gered te worden van de straf op de zonde. De Heere Jezus stierf aan het kruis en Hij stond weer op van de dood. De Heere Jezus komt terug.

Geloof in Hem is de Enige weg die ons leven kan geven.

........................

Extra

Lukas 24
1 En op de eerste dag van de week gingen zij, heel vroeg in de morgen, naar het graf en brachten de specerijen mee die zij gereedgemaakt hadden, en sommigen gingen met hen mee.
2 Zij nu vonden de steen afgewenteld van het graf.
3 En toen ze naar binnen gegaan waren, vonden zij het lichaam van de Heere Jezus niet.
4 En het gebeurde toen ze daarover in twijfel waren, zie, twee mannen stonden bij hen in blinkende gewaden.
5 En toen zij zeer bevreesd werden en het gezicht naar de grond bogen, zeiden die tegen hen: Waarom zoekt u de Levende bij de doden?
6 Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. Herinner u hoe Hij tot u gesproken heeft, toen Hij nog in Galilea was:
7 De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in handen van zondige mensen en gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.
8 En zij herinnerden zich Zijn woorden.
9 En toen zij teruggekeerd waren van het graf, berichtten ze dit alles aan de elf discipelen en aan alle anderen.
10 En het waren Maria Magdalena, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus, en de anderen die bij hen waren, die dit tegen de apostelen zeiden.
11 En hun woorden leken hun kletspraat en zij geloofden hen niet.
12 Maar Petrus stond op en snelde naar het graf en toen hij zich vooroverboog, zag hij alleen de linnen doeken liggen. En hij ging weg en verwonderde zich over wat er gebeurd was.

De Emmaüsgangers
13 En zie, twee van hen gingen op diezelfde dag naar een dorp dat zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd was en waarvan de naam Emmaüs was.
14 En zij spraken met elkaar over al deze dingen die gebeurd waren.
15 En het gebeurde, terwijl zij met elkaar spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus Zelf bij hen kwam en met hen meeliep.
16 Maar hun ogen werden gesloten gehouden, zodat zij Hem niet herkenden.
17 En Hij zei tegen hen: Wat zijn dit voor gesprekken die u al lopend met elkaar voert en waarom ziet u er zo bedroefd uit?
18 En de één, van wie de naam Kleopas was, antwoordde en zei tegen Hem: Bent U als enige een vreemdeling in Jeruzalem dat U niet weet welke dingen daar in deze dagen gebeurd zijn?
19 En Hij zei tegen hen: Welke dan? En zij zeiden tegen Hem: De dingen met betrekking tot Jezus de Nazarener, Die een Profeet was, machtig in werken en woorden voor God en heel het volk;
20 en hoe onze overpriesters en leiders Hem overgeleverd hebben om Hem ter dood te veroordelen, en Hem gekruisigd hebben.
21 En wij hoopten dat Hij het was Die Israël zou verlossen. Maar al met al is het vandaag de derde dag sinds deze dingen gebeurd zijn.
22 Maar ook hebben sommige vrouwen uit ons midden, die vroeg in de morgen bij het graf geweest zijn, ons versteld doen staan.
23 En toen zij Zijn lichaam niet vonden, kwamen ze zeggen dat ze zelfs een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden dat Hij leeft.
24 En sommigen van hen die bij ons waren, gingen naar het graf en troffen het ook zo aan als de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen zij niet.
25 En Hij zei tegen hen: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!
26 Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?
27 En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was.
28 En zij kwamen dicht bij het dorp waar ze naartoe gingen en Hij deed alsof Hij verder zou gaan.
29 En zij drongen er bij Hem op aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is gedaald. En Hij ging naar binnen om bij hen te blijven.
30 En het gebeurde, toen Hij met hen aan tafel aanlag, dat Hij het brood nam en het zegende. En toen Hij het gebroken had, gaf Hij het aan hen.
31 En hun ogen werden geopend, en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht.
32 En zij zeiden tegen elkaar: Was ons hart niet brandend in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en voor ons de Schriften opende?
33 En op datzelfde moment stonden zij op en keerden terug naar Jeruzalem, en vonden de elf discipelen en hen die bij hen waren, bijeen.
34 Die zeiden: De Heere is werkelijk opgewekt en is aan Simon verschenen.
35 En zij vertelden wat er onderweg gebeurd was, en hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood.

Verschijning aan de elf apostelen
36 En toen zij over deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u.
37 En zij werden angstig en zeer bevreesd en dachten dat ze een geest zagen.
38 En Hij zei tegen hen: Waarom bent u in verwarring en waarom komen zulke overwegingen op in uw hart?
39 Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb.
40 En terwijl Hij dit zei, liet Hij hun de handen en de voeten zien.
41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zei Hij tegen hen: Hebt u hier iets te eten?
42 En zij gaven Hem een stuk van een gebakken vis en van een honingraat.
43 En Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.
44 En Hij zei tegen hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen.
45 Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen.
46 En Hij zei tegen hen: Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag.
47 En in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en vergeving van zonden gepredikt worden, te beginnen bij Jeruzalem.
48 En u bent van deze dingen getuigen.
49 En zie, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u; maar blijft u in de stad Jeruzalem, totdat u met kracht uit de hoogte bekleed zult worden.

De hemelvaart
50 Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië. En Hij hief Zijn handen op en zegende hen.
51 En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij Zich van hen verwijderde. En Hij werd opgenomen in de hemel.
52 En zij aanbaden Hem en keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap.
53 En zij waren voortdurend in de tempel, terwijl ze God loofden en dankten. Amen.

Extra achtergrondinformatie bij het begin van deze les voor de ouder/onderwijzer:

De tijd van Pascha gold als een hele week van sabbat. In deze sabbat-week waren er een paar speciale sabbatten waarop niet gewerkt mocht worden, dat was de dag nà de Pascha viering, de zevende dag na het Pascha en in die week viel ook ergens een "gewone" zaterdag die als sabbat met rust gehouden moest worden. Dit is belangrijk om te weten als we in de lijdensgeschiedenis lezen over sabbat en "grote sabbat":

Leviticus 23
5 In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tegen het vallen van de avond, is het Pascha voor de HEERE.
6 En op de vijftiende dag van die maand is het Feest van de ongezuurde broden voor de HEERE. Zeven dagen lang moet u dan ongezuurde broden eten.
7 Op de eerste dag moet u een heilige samenkomst hebben. Geen enkel dienstwerk mag u dan doen.
8 Zeven dagen lang moet u de HEERE een vuuroffer aanbieden. Op de zevende dag is er dan een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u dan doen.

Johannes 19:31 Opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op de sabbat, omdat het de voorbereiding was (want de dag van die sabbat* was een grote dag), vroegen de Joden dan aan Pilatus of hun benen gebroken en zij weggenomen mochten worden.

* = De dag na het Pascha, 15e van de eerste maand.