Een vast fundament

Les 42

De Heere Jezus werd gekruisigd en begraven

Op school leer je geschiedenis. Dat wat er vroeger in ons eigen land of in de wereld gebeurd is. Van alles wat er in de geschiedenis gebeurd is, is dat wat we vandaag gaan bestuderen het belangrijkst. En toch kom je dit niet tegen in de meeste geschiedenisboeken. Deze gebeurtenissen van de kruisdood en begrafenis van de Heere Jezus heeft een groot effect gehad op levens van mensen en kinderen.

Alleen de Heere God weet wat je op dit moment denkt.
Deze les is voor jou.
Deze les is voor mij.
Deze les is voor de hele wereld.

We gaan nu bestuderen wat de Heere Jezus voor ons deed, zodat we helemaal door God aangenomen kunnen worden. Waarom? Zodat we nooit naar de hel hoeven te gaan.

Voor de ouders/onderwijzers: We lezen onder andere uit Marcus 15. Dit Bijbelgedeelte staat onderaan de les afgedrukt. Herhaaldelijk wordt in deze les "bewezen" dat dat wat er gebeurde allang door de Heere voorspeld was in het Oude Testament. Deze Bijbelteksten staan inspringend van de kantlijn afgedrukt. Kies ervoor, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen om deze teksten wel of niet te lezen. Het is belangrijk dat ze de lijn van deze geschiedenis vasthouden en wéten wat Gods Woord erover zegt. Een andere mogelijkheid is om deze les te herhalen en dan alle vergelijkingen samen te bestuderen. Deze les is waarschijnlijk de meest belangrijke van alle lessen. Als de aandacht van de kinderen dreigt te verslappen, stop dan na onderdeel B *** en vervolg de volgende dag of een paar dagen later met de rest.

A. De Heere Jezus werd gekruisigd

Marcus 15
20 En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de purperen mantel uit en trokken Hem Zijn eigen kleren aan en leidden Hem naar buiten om Hem te kruisigen.
21 En zij dwongen een voorbijganger, Simon van Cyrene, die van de akker kwam, de vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg.
22 En zij brachten Hem naar de plaats Golgotha, dat is vertaald: Schedelplaats.
23 En zij gaven Hem met mirre gemengde wijn te drinken, maar Hij nam die niet.
24 En toen zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn kleren: door het lot te werpen bepaalden zij wat ieder ervan nemen zou.

Golgotha was net buiten de muren van Jeruzalem.

Hebreeën 13
11 Want van de dieren waarvan het bloed als verzoening voor de zonde door de hogepriester het heiligdom werd binnengedragen, werden de lichamen buiten de legerplaats verbrand.
12 Daarom heeft ook Jezus, om door Zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de poort geleden.

Deze mix van wijn en mirre werd door vrouwen uit Jeruzalem gemaakt. Het was een soort verdoving voor de mensen aan het kruis. Ze zouden dan minder last hebben van de pijn. De Heere Jezus wilde het niet drinken. Hij wilde en moest de straf van de zonde helemaal dragen.

Er werden spijkers door de handen en voeten van de Heere Jezus geslagen. Het kruis werd rechtop gezet.

Weet je nog dat de Heere Jezus aan Nicodemus (die 's nachts bij Hem kwam) vertelde dat zoals Mozes de slang op een paal zette, op dezelfde manier Jezus, de Verlosser omhoog gezet moest worden zodat zondaars gered konden worden van de straf?

De Heere Jezus werd aan het kruis geslagen en het kruis is rechtop gezet. De Heere Jezus werd verhoogd... Hij hing zo hoog dat alle mensen Hem makkelijk konden zien. Hij had Zelf gezegd, dat het zo zou gaan gebeuren.

Numeri 21
4 Toen trokken zij van de berg Hor in de richting van de Schelfzee. Ze moesten namelijk om het land van Edom heen trekken, maar onderweg kon de ziel van het volk het niet langer verdragen.
5 Het volk sprak tot God en tot Mozes: Waarom hebt u ons uit Egypte laten vertrekken om te sterven in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel heeft een afkeer van dit waardeloze brood.
6 Toen zond de HEERE gifslangen onder het volk; die beten het volk, en er stierf veel volk uit Israël.
7 En het volk kwam naar Mozes toe. Zij zeiden: Wij hebben gezondigd, want wij hebben tegen de HEERE en tegen u gesproken. Bid tot de HEERE dat Hij de slangen van ons wegneemt. Toen bad Mozes voor het volk.
8 En de HEERE zei tegen Mozes: Maak u een gifslang en zet hem op een staak. Het zal gebeuren dat ieder die gebeten is, in leven zal blijven, als hij daarnaar kijkt.
9 Toen maakte Mozes een koperen slang en zette hem op de staak. En het gebeurde als de slang iemand beet dat hij naar de koperen slang keek en in leven bleef.
Johannes 3:14 En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden.

Bijna duizend jaren daarvoor had de Heere God Koning David op laten schrijven dat de handen en voeten van de Verlosser "doorboord" zouden worden. David schreef ook dat men het "lot zou werpen" dat over de kleren van de Verlosser.

Psalm 22
17 Want honden hebben mij omsingeld, een horde kwaaddoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord.
18 Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; en zij, zij zien het aan, zij kijken naar mij.
19 Zij verdelen mijn kleding onder elkaar en werpen het lot om mijn gewaad.
20 Maar U, HEERE, blijf niet ver weg; mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.

En daarna staat er in dit Bijbelgedeelte:

Marcus 15
25 En het was het derde uur en zij kruisigden Hem.
26 En het opschrift met Zijn beschuldiging was boven Hem geschreven: DE KONING VAN DE JODEN.

Boven de gekruisigde misdadiger werd altijd een bordje gehangen waarop stond wat voor ergs deze man had gedaan. Hij had iemand vermoord bijvoorbeeld. Maar de Heere Jezus had niets verkeerd gedaan. Hij had mensen nooit kwaad gedaan. Ook Pilatus vond niets om Hem te beschuldigen. Maar hij gaf wel de opdracht dat dit bord boven de Heere Jezus geplaatst moest worden. De Joden wilden niet dat Pilatus deze titel boven Jezus zou hangen zodat iedereen het kon lezen.

Lukas 23:4 Pilatus zei tegen de overpriesters en de menigten: Ik vind geen schuld in deze Mens.
Johannes 19:21 De overpriesters van de Joden dan zeiden tegen Pilatus: Schrijf niet: De Koning van de Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning van de Joden.

De Heere Jezus had niet gezondigd, daarom hing er geen bordje boven Hem met een misdaad erop die Hij begaan had. Jezus stierf voor ònze zonden. Wij, jij en ik zouden aan het kruis hebben moeten hangen met een bord boven ons met al de zonden die we gedaan hebben. De Heere Jezus nam alle zonden op zich aan het kruis. Hij betaalde de volle prijs voor ons: Hij betaalde voor mij. Hij betaalde voor jou.

We lezen verder uit de Bijbel:

Marcus 15
27 En zij kruisigden met Hem twee misdadigers, een aan Zijn rechter- en een aan Zijn linkerzijde.
28 En het Schriftwoord (Jesaja 53:12) is in vervulling gegaan dat zegt: En Hij is onder de misdadigers gerekend.

Lang daarvoor al had God door de profeet Jesaja al gezegd dat de Verlosser tussen misdadigers zou sterven.

Jesaja 53:12 Daarom zal Ik Hem veel toedelen, en machtigen zal Hij verdelen als buit, omdat Hij Zijn ziel heeft uitgestort in de dood, onder de overtreders is geteld, omdat Hij de zonden van velen gedragen heeft en voor de overtreders gebeden heeft.

B. De Heere Jezus werd bespot toen Hij aan het kruis hing

Marcus 15
29 En de voorbijgangers lasterden Hem en schudden hun hoofd en zeiden: Ha! U Die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,
30 verlos Uzelf en kom van het kruis af!
31 En evenzo spotten ook de overpriesters, samen met de schriftgeleerden, onder elkaar en zeiden: Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen.
32 Laat de Christus, de Koning van Israël, nu van het kruis afkomen, opdat wij het zien en gaan geloven. Ook zij die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem.

Ook al kruisigden zij de Heere Jezus, Hij wist dat Hij drie dagen later op zou staan van de dood.

Johannes 2
18 Toen antwoordden de Joden en zeiden tegen Hem: Welk teken laat U ons zien dat U het recht hebt deze dingen te doen?
19 Jezus antwoordde en zei tegen hen: Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem laten herrijzen.
20 De Joden zeiden dan: Zesenveertig jaar is aan deze tempel gebouwd, en Ú zult hem in drie dagen laten herrijzen?
21 Maar Hij sprak over de tempel van Zijn lichaam.

Deze uitspraak deed de Heere Jezus aan het begin van Zijn "bediening". De Joden begrepen niet dat Jezus met "deze tempel" Zijn lichaam bedoelde. Zij dachten dat Hij over de tempel in Jeruzalem sprak. Koning David had door Gods Geest geleid opgeschreven dat de vijanden van de Verlosser Hem zouden bespotten en om Zijn lijden zouden lachen. God de Vader wist precies wat er met Zijn Zoon zou gebeuren.

Lees maar:

Psalm 22
8 Allen die mij zien, bespotten mij; zij trekken de lippen op, zij schudden het hoofd en zeggen:
9 Hij heeft zijn zaak op de HEERE gewenteld – laat Die hem bevrijden! Laat Die hem redden, als Hij hem genegen is.
10 U bent het toch Die mij uit de buik hebt getrokken, Die mij vertrouwen gaf, toen ik aan mijn moeders borst lag.

***

C. De Heere Jezus betaalde voor de zonde door Zijn dood aan het kruis

Wij begonnen deze les om te vertellen dat wat wij vandaag bestuderen de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis is.

Misschien ken je al een beetje Engels: his bike = zijn fiets. Het Engelse woord voor geschiedenis is "history". Als je dat woord in twee stukjes knipt, heb je "His story" = Zijn verhaal. Alles in de geschiedenis gaat om de Heere Jezus. De hele Bijbel gaat over Hem, het is Zijn "verhaal". Hij is de allerbelangrijkse.

Gods profeten spraken lang voor het lijden en sterven van de Heere Jezus al over wat er met de Verlosser zou gaan gebeuren. Jezus is Degene van wie zij spraken en schreven: Hij is de Verlosser. Zijn naam betekent: “God redt”.

Toen we met de lessen begonnen zeiden we dat de Bijbel eigenlijk een brief van God is, die aan ons gericht is.

Nu zijn we aangekomen in het hart van de brief.

  • Dit is Gods boodschap aan iedereen van ons.
  • Dit is de reden waarom Gods Zoon naar de aarde kwam.
  • Dit is wat God gedaan heeft, zodat wij voor altijd van Satan, de zonde en de dood bevrijd kunnen worden.

Hier heeft de Heere God al die tijd naar toegewerkt.

Gebruik je vingers om mee te tellen. We krijgen nu vier heel belangrijke dingen:

  1. Voor de zonde moet betaald worden.
  2. De Heere Jezus was zonder zonden.
  3. De Heere Jezus werd van God gescheiden - voor onze zonden.
  4. De Heere Jezus deed alles wat nodig was voor onze verlossing.

Deze vier gaan we stap voor stap uitleggen.

1. Voor de zonde moet betaald worden

God zou ons nooit onze zonden kunnen vergeven en ons aannemen als niet eerst de straf voor onze zonden volledig betaald zou worden.

Wat is de straf voor de zonde? De dood. Romeinen 6:23a. Dit betekent niet alleen lichamelijke dood maar scheiding van God (in de hel). De enige manier waarop de Heere Jezus ons kon bevrijden was om in onze plaats te gaan staan en voor onze zonden gestraft te worden.

Romeinen 6:23a Want het loon van de zonde is de dood.

2. De Heere Jezus was zonder zonden

De Heere Jezus had Zelf geen zonden waarvoor Hij moest sterven. Omdat Jezus zonder zonden was, kon Hij Zichzelf aan God offeren als het offer voor onze zonden. 2 Korinthe 5:21. Vanaf de tijd dat de mens zondigde zei God dat als iemand Hem een offer bracht, het dier helemaal perfect moest zijn.

2 Korinthe 5: 21 Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.

Het perfecte offer:
Herinner je je de les nog van Isaäk die op het altaar lag en door Abraham gedood zou worden? Er kwam een stem uit de hemel: "Abraham, Steek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets."
Abraham keek toen om en zag een ram met z’n horens vast zitten in een struik. God had ervoor gezorgd dat deze ram daar stond, zodat de ram in de plaats van Isaäk kon sterven. Genesis 22:13.
Maar waarom zorgde God ervoor dat de ram met z’n horens in de struik vast kwam te zitten? Omdat de ram niet gewond mocht raken. Het zou dan niet aan de Heere God geofferd kunnen worden. God is volmaakt, daarom moet ieder offer dat Hem gebracht wordt volmaakt, perfect, zijn.

Omdat de Heere Jezus volmaakt voor God was, kon Hij Zichzelf aan God offeren in onze plaats. Zie ook Exodus 12:5. Net zoals de ram in de plaats van Isaäk stierf, kwam de Heere Jezus naar de wereld om onze plaats voor God in te nemen en te sterven in onze plaats. Terwijl de Heere Jezus aan het kruis hing, gebeurden er wonderlijke dingen:

Marcus 15:33 En toen het zesde uur gekomen was, kwam er duisternis over heel de aarde, tot het negende uur toe.

Weetje: Sommige mensen zeggen dat dit een zonsverduistering was. Dat kan niet, want het Pascha wat op 14 Abib gehouden wordt, valt altijd tegelijk met een volle maan. Deze drie uren duisternis waren een teken van Gods Almachtige hand. Voor God is niets onmogelijk.

3. De Heere Jezus werd van God gescheiden voor onze zonden

Denk eraan hoe de Heere Jezus leed:

  • Hij was verraden door Zijn eigen discipelen.
  • Hij werd op een gemene manier gevangen genomen.
  • Hij werd vals beschuldigd, veroordeeld, verworpen (Hij kreeg geen eerlijke rechtszaak en de mensen die Hem als hun Koning en Heere hadden moeten aannemen, die wilden Hem niet).
  • Hij werd geslagen, gegeseld en gekruisigd.
  • Hij hing aan het kruis, uitgeput, bloedend en in pijn.

Waarom was het donker gedurende drie uur? Het was omdat God Jezus verliet. God de Vader liet Zijn geliefde Zoon Jezus helemaal alleen. (Zoals in het plaatje iets naar beneden uitgebeeld tussen de mens en God.)

Marcus 15:34 vertelt ons:

En op het negende uur riep Jezus met luide stem: ELOÏ, ELOÏ, LAMA SABACHTANI, dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

Waarom deed de Heere God dat? Had God een reden om dit te doen? De Heere Jezus had God, Zijn Vader, altijd gehoorzaamd, Hij had nooit iets verkeerds gedaan. Waarom verliet God Hem dan? Omdat God Jezus voor mijn zonden, voor jouw zonden en voor de zonden van de hele wereld strafte.

Tijdens deze tijd aan het kruis werd de Heere Jezus van God Zijn Vader gescheiden als de straf voor onze zonden. Jezus droeg de hele straf voor al onze zonden, zodat God allen die in Jezus geloven, zou kunnen vergeven en aannemen of aanvaarden als Zijn kinderen.

Doordat Adam zondigde, werd hij van God gescheiden. Hij zou en al zijn nakomelingen zouden naar de eeuwige straf gaan. (Zie les 7.) Er moet voor de zonde betaald worden door de scheiding van God. Daarom moest Jezus van God gescheiden worden. Alleen op deze manier kon Hij voor onze zonden betalen.

Marcus 15
34 En op het negende uur riep Jezus met luide stem: ELOÏ, ELOÏ, LAMA SABACHTANI, dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
35 En sommigen van hen die daarbij stonden en dit hoorden, zeiden: Zie, Hij roept Elia.
36 En er snelde iemand toe, vulde een spons met zure wijn, stak die op een rietstok en gaf Hem te drinken, en hij zei: Houd op, laten wij zien of Elia komt om Hem er af te nemen.

De mensen bij het kruis begrepen niet goed wat Jezus had gezegd.

Jezus stierf en gaf Zijn leven voor ons.

Marcus 15:37 En roepend met luide stem gaf Jezus de geest.

De Heere Jezus betaalde God alles wat nodig was voor onze zonden.

Wie wordt door de Heere God vergeven? Aan wie wordt het eeuwige leven gegeven?

  • Aan alle kinderen en grote mensen die erkennen, toegeven: Ik ben een zondaar.
  • Aan alle kinderen en grote mensen die weten: Ik kan niets doen om mezelf te redden van de straf van de zonde en om de scheiding met God op te lossen.
  • Aan alle kinderen en grote mensen die zeggen: Ik heb een Redder nodig.

Het is niet meer nodig dat ook maar ìemand van God gescheiden is. Jezus Christus deed voor ons wat we zelf niet konden doen om tot God te komen.

Het werk dat de Heere Jezus voor ons deed door aan het kruis voor onze zonden te sterven is het ènige werk dat God ooit zal aanvaarden, aannemen als betaling voor onze zonden. Jezus werd van God gescheiden zodat wij weer een relatie met God kunnen hebben. Wanneer wij ons vertrouwen stellen op wat Jezus voor ons aan het kruis deed, kan er weer een verbinding zijn met God door Jezus Christus.

  • Jezus deed alles wat nodig was.
  • Jezus deed wat wij niet kunnen doen.
  • Jezus' dood aan het kruis is het enige offer dat voor de Heere God goed genoeg is voor betaling van de straf voor onze zonden.

In de tuin van Eden, het Paradijs, beloofde God dat Hij een Verlosser zou sturen. God hield die belofte. Zie Genesis 3:15.

De Heere Jezus beëindigde door Zijn kruisdood het werk. Het werk waarvoor Zijn Vader Hem naar de aarde had laten komen.

De zonde van Adam scheidde de mensen van God. Maar door de dood van Jezus Christus kunnen allen die hun vertrouwen op Christus stellen, voor altijd weer toegang hebben tot God. Zie Romeinen 5:12-21.

D. Het gordijn in de tempel scheurde

In Marcus 15:38 staat:

En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden.

Je weet vast nog wel, dat de Heere God had gezegd tegen de Joden dat er een dik gordijn voor het Heilige der Heiligen in de tabernakel moest hangen. Dat dikke gordijn betekende dat de mensen niet in de aanwezigheid van God mochten komen. Dit was om hun zonden. Achter dit gordijn was Gods aanwezigheid. Alleen de Hogepriester kwam hier één keer per jaar met het bloed van dieren. Zie Leviticus 16:14.

De Hogepriester was vanaf de tijd in de woestijn ieder jaar het heilige der heiligen binnengegaan om het bloed van dieren voor God te sprenkelen. Maar het bloed van dieren kon nooit voor de zonde betalen. Maar God vergaf de zonden van allen die Hem vertrouwden voordat Jezus stierf, omdat Hij wist dat Zijn eigen Zoon zou komen en Zijn bloed zou geven als een volledige betaling voor alle zonden.

Wie scheurde dat gordijn van boven naar beneden? De Heere God Zelf deed dat! Maar waarom deed Hij dat? God deed het om te laten zien dat Hij helemaal tevreden was met de betaling die Zijn Zoon Jezus voor zondaars deed. Er hoefden geen dierenoffers meer gebracht te worden. Zie ook Hebreeën 9:1-28 en Hebreeën 10:1-18.

Toen Jezus stierf, scheurde God het gordijn om allen te laten zien dat Hij helemaal tevreden was en er geen dierenoffers meer gebracht hoefden te worden. De weg terug naar God was open omdat Jezus Zijn bloed gaf als volkomen betaling voor de zonde. God heeft beloofd dat allen die het met Hem eens zijn en alleen in Jezus en Zijn betaling voor hun zonden geloven, helemaal door God aanvaard zullen worden. Ze zullen nooit naar de hel gaan.

Johannes 3:16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

E. De hoofdman en de vrouwen bij het kruis

Marcus 15
39 En de hoofdman over honderd die daarbij stond, tegenover Hem, en zag dat Hij zo roepend de geest gegeven had, zei: Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon!
40 En er waren daar ook vrouwen, die uit de verte toekeken; onder hen waren ook Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus de kleine en van Joses, en Salome,
41 die, ook toen Hij in Galilea was, Hem gevolgd waren en gediend hadden, en veel andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem opgegaan waren.

Dit waren vrouwen die in Gods Woord geloofden. Ze geloofden ook dat Jezus de beloofde Redder was.

F. De Heere Jezus werd begraven

Marcus 15
42 En toen het al avond geworden was, en omdat het de voorbereiding op het Pascha was, dat is de voorsabbat,
43 kwam Jozef van Arimathea, een aanzienlijk raadsheer, die zelf ook het Koninkrijk van God verwachtte, en waagde het om bij Pilatus naar binnen te gaan en om het lichaam van Jezus te vragen.
44 En Pilatus verwonderde zich erover dat Hij al gestorven was; en nadat hij de hoofdman over honderd bij zich geroepen had, vroeg hij hem of Hij allang gestorven was.
45 En toen hij het van de hoofdman over honderd vernomen had, schonk hij Jozef het lichaam.
46 En deze kocht fijn linnen en nadat hij Hem van het kruis afgenomen had, wikkelde hij Hem in dat fijne linnen en legde Hem in een graf dat in een rots uitgehakt was; en hij wentelde een steen voor de ingang van het graf.

Zelfs toen de Heere Jezus begraven werd, ging er profetie in vervulling. Jozef van Arimathea was een rijke man. Jezus werd begraven in de rots die van Jozef was.

Jesaja 53:9 Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in Zijn mond geweest is.

Begraven of cremeren? Het is een verschil of we de lichamen van gestorvenen begraven of cremeren (verbranden). We weten uit de geschiedenis dat volken die niet in de Heere geloofden, hun doden verbrandden. Ook nu is dat nog in veel religies zo. Begraven vinden we overal in de Bijbel terug. Dit is ook een teken van geloof in de opstanding. Zie ook 1 Kor 15:42.

Jezus Christus:

Hij woonde op aarde zonder te zondigen.

Hij vervulde al Gods wetten.

Hij nam de verschrikkelijke straf op Zich die jij en ik verdienden.

Aan het kruis werd Hij van God gescheiden omdat wij verdienen voor eeuwig van God gescheiden te zijn.

Het is volbracht:

Hij stierf in onze plaats.

De volledige betaling is gedaan.

Niets anders hoeft gedaan te worden of kan gedaan worden om voor onze zonden te betalen.

Het gordijn werd gescheurd.

De weg naar God is open door Jezus Christus.

Vragen

  1. Waarom werd de Heere Jezus gekruisigd?
    Antwoord: Om voor onze zonden te sterven (en de zonden van de hele wereld).
  2. Waarom werd het drie uur donker, toen de Heere Jezus aan het kruis was?
    Antwoord: Het was een teken van God dat Jezus de straf voor de zonden kreeg en gescheiden was van God.
  3. Wat bedoelde de Heere Jezus toen Hij zei "Het is volbracht"?
    Antwoord: Jezus bedoelde dat Hij al het werk had gedaan dat de Vader Hem had gegeven
  4. Waarom was het niet langer nodig dat er dieren geofferd zouden worden?
    Antwoord: Omdat het offer van de Heere Jezus voor God genoeg is als betaling voor de zonde.
  5. Waarom is de weg terug naar God nu voor alle mensen opnieuw weer open?
    Antwoord: Omdat de Heere Jezus Zijn bloed gaf als complete betaling voor de zonde.

Bijbelgedeelte

Marcus 15
20 En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de purperen mantel uit en trokken Hem Zijn eigen kleren aan en leidden Hem naar buiten om Hem te kruisigen.
21 En zij dwongen een voorbijganger, Simon van Cyrene, die van de akker kwam, de vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg.
22 En zij brachten Hem naar de plaats Golgotha, dat is vertaald: Schedelplaats.
23 En zij gaven Hem met mirre gemengde wijn te drinken, maar Hij nam die niet.
24 En toen zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn kleren: door het lot te werpen bepaalden zij wat ieder ervan nemen zou.
25 En het was het derde uur en zij kruisigden Hem.
26 En het opschrift met Zijn beschuldiging was boven Hem geschreven: DE KONING VAN DE JODEN.
27 En zij kruisigden met Hem twee misdadigers, een aan Zijn rechter- en een aan Zijn linkerzijde.
28 En het Schriftwoord is in vervulling gegaan dat zegt: En Hij is onder de misdadigers gerekend.
29 En de voorbijgangers lasterden Hem en schudden hun hoofd en zeiden: Ha! U Die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,
30 verlos Uzelf en kom van het kruis af!
31 En evenzo spotten ook de overpriesters, samen met de schriftgeleerden, onder elkaar en zeiden: Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen.
32 Laat de Christus, de Koning van Israël, nu van het kruis afkomen, opdat wij het zien en gaan geloven. Ook zij die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem.
33 En toen het zesde uur gekomen was, kwam er duisternis over heel de aarde, tot het negende uur toe.
34 En op het negende uur riep Jezus met luide stem: ELOÏ, ELOÏ, LAMA SABACHTANI, dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
35 En sommigen van hen die daarbij stonden en dit hoorden, zeiden: Zie, Hij roept Elia.
36 En er snelde iemand toe, vulde een spons met zure wijn, stak die op een rietstok en gaf Hem te drinken, en hij zei: Houd op, laten wij zien of Elia komt om Hem er af te nemen.
37 En roepend met luide stem gaf Jezus de geest.
38 En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden.
39 En de hoofdman over honderd die daarbij stond, tegenover Hem, en zag dat Hij zo roepend de geest gegeven had, zei: Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon!
40 En er waren daar ook vrouwen, die uit de verte toekeken; onder hen waren ook Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus de kleine en van Joses, en Salome,
41 die, ook toen Hij in Galilea was, Hem gevolgd waren en gediend hadden, en veel andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem opgegaan waren.
42 En toen het al avond geworden was, en omdat het de voorbereiding op het Pascha was, dat is de voorsabbat,
43 kwam Jozef van Arimathea, een aanzienlijk raadsheer, die zelf ook het Koninkrijk van God verwachtte, en waagde het om bij Pilatus naar binnen te gaan en om het lichaam van Jezus te vragen.
44 En Pilatus verwonderde zich erover dat Hij al gestorven was; en nadat hij de hoofdman over honderd bij zich geroepen had, vroeg hij hem of Hij allang gestorven was.
45 En toen hij het van de hoofdman over honderd vernomen had, schonk hij Jozef het lichaam.
46 En deze kocht fijn linnen en nadat hij Hem van het kruis afgenomen had, wikkelde hij Hem in dat fijne linnen en legde Hem in een graf dat in een rots uitgehakt was; en hij wentelde een steen voor de ingang van het graf.
47 En Maria Magdalena en Maria, de moeder van Joses, zagen waar Hij gelegd werd.